Historie 2CV

1948: introductie 2cv "A" type
Toen nog 375 cc motor, een luchtgekoelde 2 cilinder, 4-takt kopklep benzine motor. De basis van deze motor is tot het einde van de productie hetzelfde gebleven, alleen werd er telkens een beetje meer vermogen uitgehaald. De A was nog een 9pk. Het motortje is herkenbaar aan de open koelribben op de cilinders. Het autootje zelf herken je aan de cirkel rond de chevrons op de geribbelde motorkap.

Zilvergrijze 2CV uit 1952

 
1949
Begin van de massaproduktie van de "A" en even later de AU. U staat voor utilitaire = besteleend (zie AZU/AK)

1954
Vanaf september werden de AZ en AZU uitgebracht, met een voor toenmalige begrippen aanzienlijk snellere en sterkere motoren: 12 pk en 425 cc. Tevens kwam er een AZL uit (o.m met centrifugaalkoppeling= halfautomaat) en de AZUL, de weekend combinatiewagen. Tenslotte betrad in '54 ook de AZC de markt (tegenwoordig een zeer zeldzame verschijning). Een commerciële uitvoering van het personenmodel AZ, met doorlopende laadvloer achterin en op grijs kenteken.

 
1959
Introductie van de "Sahara", een 4X4 eend. Deze auto was voorzien van een tweetal 15pk motoren en dito versnellingsbakken, vóór en achterin en had een hellingsvermogen van wel 40% en kon, mede dankzij zijn relatief lage gewicht, werkelijk overal doorheen. In Nederland zijn slechts enkele Sahara's verkocht. Een gaaf, origineel exemplaar is tegenwoordig dan ook zeer kostbaar. Het meest onderscheidende uiterlijke kenmerk van de Sahara is zonder twijfel het reservewiel gelegen in een speciale uitsparing in de motorkap.

1963
In dit jaar kwam er een luxere versie van de reguliere eend, de AZM. Deze had eveneens een 425 cc maar uit dit blok wisten de Citroën-techneuten nu 18pk te peuteren. De AZM werd uiterlijk opgesierd met stalen beugels op de bumpers, veel chroom en een iets luxer dashboard. In de Benelux werd hij al geleverd met een derde zijruitje.

1965
Vanaf dit jaar werd de deurscharnier van achter naar voren geplaatst en kwam er een einde aan het vermaarde, maar omstreden 'zelfmoord'deurtje. Andere noviteiten dat jaar: hydraulisch telescopische schokbrekers vervingen de frotteur (=wrijvings)/batteurs (=vertragings)schokbrekers. Bumpers werden breder en kregen rubberen, i,p.v. aluminium sierranden. Ook het kleurenpallet van de eend werd uitgebreid.

 

 
1970
De 2cv4 (435 cc) en 2cv6 (602 cc) maken hun entree. De kleur is bij deze typen voor de kenners vaak al genoeg om te kunnen zeggen van welk bouwjaar een eend is, omdat de te leveren kleuren per jaar wisselden. Sommigen van diezelfde "kenners" beweren ook aan de kleur te kunnen zien of de auto in goede staat is of niet. Volgens hen is een oranje 2cv bijna altijd slecht en een donkergroene bijna altijd gaaf. Spuit u 'm toch gewoon over!

1971
De 18pk , tussentijds aangepast en verbeterd, gaat aan het einde van dit jaar uit productie. Tot die tijd bleef ook de kale uitvoering met nog het oude frotteur/batteur systeem leverbaar.

 

1979
De 2cv4 verdwijnt uit het leveringsprogramma. De 2cv6 bleef nog tot het einde, vrijwel onveranderd, in productie. Wel kwamen er in de jaren '80 regelmatig speciale uitvoeringen zoals de Charleston, Transat en Dolly, gekenmerkt door elk een aparte kleurencombinatie.

1987
In Levallois-Perret, Parijs, rolt de laatste Franse 2cv van de band. De productie wordt nog op kleine schaal voortgezet in Portugal en de motor wordt zelfs nog flink verbeterd en aangepast aan de toenmalige milieu-eisen. Maar de dagen van de grote rijen nieuwe 2cv's die bij de Citroën-concessionaire klaarstaan voor hun nieuwe eigenaar zijn definitief voorbij. Verstokte 2cv-liefhebbers zijn op dat moment vooral geïnteresseerd in de oudere types. Studenten en mensen die in een zo goedkoop mogelijke auto willen rijden blijven zo lang mogelijk in hun eend rijden en kopers van nieuwe auto's stappen toch maar over op zo’n handige, moderne Japanse koekdoos.

1990
Het definitieve einde van de eend. Ook in Portugal wordt de productie gestaakt en heeft Citroën voor het eerst in 42 jaar geen 2cv-type meer in het leveringsprogramma. Vanaf dit moment neemt de populariteit van de eend als oldtimer een enorme vlucht en is een goed gerestaureerd exemplaar inmiddels meer waard dan wat hij nieuw ooit gekost heeft.

2000
Is het tijdperk van de eend met de aanvang van de 21ste eeuw definitief afgesloten? Integendeel, de eend heeft zich als populaire oldtimer stevig gevestigd. Bedrijven als De Eendekooi zorgen ervoor dat een grote schare liefhebbers nog tot ver in deze eeuw in staat zijn hun 2cv fit te houden zodat ze met een bijzondere maar betaalbare oldtimer het straatbeeld van de toekomst een beetje op kunnen vrolijken. Daarnaast gaat het er steeds meer op lijken dat dankzij de frisse wind die er de laatste tijd waait bij autofabrikant Citroën, er nu toch een moderne opvolger van de oereend zal komen. Dan gaan er ook nog geruchten dat men ergens in Noord-Frankrijk een rentree van de oereend voorbereidt en het oorspronkelijke model weer nieuw wil gaan leveren. Of is het een 1 april grap? Hoe dan ook, we zijn nog lang niet af van dit maffe Franse karretje.